Steeds meer Nederlandse vastgoedbeleggers proberen huurders met aanzienlijke financiële vergoedingen te bewegen hun woning te verlaten. In uitzonderlijke gevallen lopen de
aangeboden bedragen op tot meer dan 100.000 euro. Voor verhuurders kan het financieel aantrekkelijk zijn om een woning leeg te verkopen, omdat een pand zonder huurder doorgaans aanzienlijk meer waard is.
Dat blijkt uit gegevens van Proranje Vastgoed, een onderneming die zich richt op de aankoop van verhuurde woningen waarin nog huurders wonen. Volgens het bedrijf heeft inmiddels meer dan de helft van de particuliere vastgoedbeleggers die in het derde kwartaal van 2026 contact zochten, geprobeerd om met hun huurders een financiële regeling te treffen voor beëindiging van het huurcontract.
Financiële compensatie als alternatief
Voor veel particuliere verhuurders is het verschil tussen de verkoopprijs van een verhuurde woning en die van een leegstaand pand groot genoeg om een aanzienlijke vergoeding te rechtvaardigen.
Jelmer Schortinghuis, eigenaar van Proranje Vastgoed, zegt dat dergelijke onderhandelingen steeds vaker voorkomen.
“Wij spreken dagelijks met eigenaren die hun verhuurde vastgoed willen verkopen. Veel van hen proberen eerst met de huurders tot een financiële overeenkomst te komen. We horen regelmatig over bedragen van tienduizenden euro’s en in uitzonderlijke gevallen zelfs over vergoedingen van meer dan 100.000 euro”, aldus Schortinghuis.
Hoewel dergelijke bedragen op het eerste gezicht uitzonderlijk lijken, kunnen ze volgens hem vanuit economisch perspectief begrijpelijk zijn.
“Voor iemand die niet actief is op de vastgoedmarkt, klinkt een aanbod van 100.000 euro om een appartement te verlaten misschien ongeloofwaardig. Maar wanneer een leegstaande woning aanzienlijk meer oplevert, kan zo’n vergoeding voor de eigenaar een rendabele investering zijn.”
Huurders niet altijd bereid te vertrekken
Toch leidt een financieel aantrekkelijk aanbod niet automatisch tot een akkoord. Vooral huurders met relatief lage huurprijzen en een huurcontract voor onbepaalde tijd hebben weinig reden om hun woning vrijwillig op te geven.
Daarnaast vormt de krapte op de Nederlandse woningmarkt een belangrijke belemmering. Het vinden van een vergelijkbare woning tegen een betaalbare huurprijs kan bijzonder moeilijk zijn. Zelfs een aanzienlijke financiële compensatie biedt daarom niet altijd een oplossing.
Wanneer onderhandelingen mislukken, besluiten sommige eigenaren hun vastgoed alsnog te verkopen, maar dan met de bestaande huurders erin.
Proranje Vastgoed koopt dergelijke woningen aan en respecteert daarbij de bestaande huurcontracten, zonder de voorwaarden te wijzigen.
Volgens Schortinghuis kiezen veel verhuurders uiteindelijk voor deze oplossing nadat zij tevergeefs hebben geprobeerd een overeenkomst met hun huurders te bereiken.
“Vaak melden zich eigenaren die al een langdurig en ingewikkeld traject achter de rug hebben. Ze hebben geprobeerd de huurder te laten vertrekken, maar realiseren zich uiteindelijk dat verkoop van de woning met de huurder erin de meest realistische mogelijkheid is.”
Onzekerheid over Box 3 stimuleert verkoop
De belangstelling van particuliere verhuurders om hun vastgoed te verkopen is de afgelopen periode verder toegenomen.
In het derde kwartaal van 2026 ontving Proranje Vastgoed ruim 31 procent meer aanvragen van particuliere eigenaren die hun verhuurde woningen wilden verkopen dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Schortinghuis wijst op de aanhoudende onzekerheid rond Box 3, de Nederlandse belasting op inkomen uit vermogen, als een belangrijke factor achter deze ontwikkeling.
Volgens hem weten veel vastgoedbeleggers nog altijd niet precies welke fiscale gevolgen zij in de toekomst kunnen verwachten.
Deze onzekerheid, in combinatie met de verschillen in verkoopwaarde tussen verhuurde en leegstaande woningen, zorgt ervoor dat steeds meer eigenaren hun investeringen opnieuw beoordelen.
Voor sommige verhuurders kan een vergoeding van meer dan 100.000 euro daarmee een manier zijn om hun vastgoedportefeuille sneller af te bouwen. Voor huurders blijft de vraag echter of het aangeboden bedrag voldoende is om elders een geschikte en betaalbare woning te vinden.











