Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) neemt het aantal alleenstaanden in Nederland toe. Ook wonen steeds meer mensen wel samen met een partner in
een relatie, maar niet onder hetzelfde dak. In 2025 gaf 30% van de volwassenen aan geen vaste partner te hebben, tegenover 27% in 2013. Nog eens 10% had een zogenoemde LAT-relatie (Living Apart Together), waarbij partners afzonderlijk wonen. In 2013 was dat 8%. De overige 60% woonde samen met een partner.
Begin 2025 woonden 5,7 miljoen volwassenen niet samen met een partner. De meerderheid van hen, 4,4 miljoen, woonde alleen. Daarnaast waren 627.000 mensen alleenstaande ouder, terwijl anderen nog bij hun ouders woonden.
Uit het onderzoek van het CBS blijkt bovendien dat alleenstaande vrouwen zichzelf vaker gelukkig noemden (82%) dan alleenstaande mannen (76%). Mensen die een relatie hadden, waren nog vaker gelukkig: 92% van degenen die met een partner samenwoonden, gaf aan gelukkig te zijn, ongeacht of zij getrouwd waren of niet.
Over het algemeen waren vrouwen iets vaker alleenstaand (32%) dan mannen (28%). Onder jongeren tot 25 jaar was een meerderheid alleenstaand (62%) of woonde apart van een partner (29%). Slechts 8% woonde samen met een partner.
Met het stijgen van de leeftijd verandert dit beeld. Vanaf 45 jaar zijn er meer alleenstaande vrouwen dan alleenstaande mannen. Volgens het CBS houdt dit deels verband met echtscheidingen, waarna mannen vaker een nieuwe partner vinden. Van de gescheiden vrouwen was 68% alleenstaand, tegenover 55% van de gescheiden mannen.
Onder mensen van 75 jaar en ouder woonde ongeveer 42% alleen zonder partner. Dit kwam vooral door het overlijden van de partner. Iets meer dan de helft woonde nog samen met iemand (foto-Andreas Lehner/wikimedia).